Reportage

Gepubliceerd op 17 maart 2015 | door Dorien Folkers

Taaltheaterlessen Gabriëlschool voorjaar 2015

Wij, Maas theater en dans, hebben weer anderhalve maand op de Gabrielschool mogen werken. In vier lessen van ons en in twee coaching-on-the job-momenten hebben we geprobeerd om in de taallessen met theater te werken. We hebben de taallesstof op een andere manier aan de kinderen aan geboden. We hebben niet alleen appel gedaan op het cognitieve aspect van de taal, zitten, luisteren, lezen, schrijven en praten, maar hebben het  hele lichaam met alle zintuigen ingezet om zo de wereld achter de woorden te ontsluiten.

Zodat de woorden begrepen worden op een niveau dat ze geproefd, gelopen, gevoeld, getekend en geroken zijn. Kortom ‘embodied’ zijn. Dit embodied leren, helpt kinderen de betekenisvoller te begrijpen. Daardoor wordt de herinnering en dus het onthouden groter, ontstaat er plezier in de taal en komen er andere talenten van kinderen naar boven waardoor de eigenwaarde kan groeien.

We merken dat er al veel meer voedingsbodem is ontstaan om vanuit deze manier te werken. Leerkrachten krijgen er lol in en durven veel meer te laten ontstaan in de lessen. Iedereen probeert in zijn eigen kracht te kijken hoe hij/zij de lessen in kan vullen. Dat is heel fijn om te zien. In onderstaande kunnen we het niet laten nog een aantal aandachtspunten te benoemen. Niet als kritiek maar als aanmoediging.

In Rotterdam hebben we en onderscheid gemaakt in de houding/attitude die kunstvakken vragen en die de zaakvakken vragen. Tijdens de zaakvakken wordt de stof gestructureerd (stap voor stap) aangeboden. De leerlingen krijgen heldere oplosbare problemen die concrete antwoorden hebben. Er is meestal maar 1 antwoord mogelijk. Dit in tegenstelling tot de kunstvakken. Ook wij proberen de lesstof gestructureerd aan te bieden maar verwachten geen concrete antwoorden. Er is geen sprake van goed of fout. In de theaterles faciliteert de leerkracht de opdrachten in de hoop dat de kinderen met de oplossingen en ideeën komen. De leerkracht wacht af en stelt vragen en probeert zo min mogelijk zelf in te vullen. Hij/zij schept een sfeer waarin de verbeelding van de kinderen tot bloei kan komen.

Omdat als het goed is de kinderen ‘aan’ gaan, stijgt vanzelf het energieniveau in het klaslokaal. Theatermaken in stilte is bijna onmogelijk. Enig criteria voor mij is dat de ‘chaos’ het spel moet blijven dienen. Het gaat ons erom de verbeelding in gang te zetten en te zien hoe de kinderen die verbeelding hebben vormgegeven.

Hoe krijg je dat voor elkaar?

Open vragen stellen en open luisteren

Bijvoorbeeld: ‘ Hoe zou jij bewegen als je een Spaanse danser was? Hoe beweegt een  prinses? ‘.
Probeer het niet meteen al voor ze in te vullen.

Probeer niet alleen open vragen te stellen, maar blijf ook open luisteren

Probeer ook zo onbevooroordeeld mogelijk te zijn. Door je bewust te worden van je eigen (soms rolbevestigende) gedrag.

Feedback

In het nabespreken kan je vragen wat het is, maar vooral ook hoe je dat kunt zien. Dan heb je twee vliegen in een klap. Ze hebben gespeeld, leren kijken en geven feedback.

Mobiliseren van aandacht, zelf het goede voorbeeld geven

Wij hebben in ons lesformat ons steeds de vraag gesteld hoe gaan we de aandacht mobiliseren. Hoe maken we een overgang van wat ze gewend zijn naar een andere manier van werken, introduceren we het thema, gaan de ogen glimmen en krijgt iedereen zin in de les. De eerste ingeving is vaak het naspelen van de werkelijkheid, (kopiëren) de volgende stap is ze uit te dagen tot creëren: nieuwe inzichten, gedachten ideeën aanspreken en die vormgeven.

Maken van een showtime opstelling

Dit hebben we geleerd van Ester van de Harnaschpolder. De klaslokalen zijn klein voor het presenteren en repeteren van scenes. Helaas is er niet altijd een spellokaal beschikbaar. Dan is het handig met de kinderen een showtime opstelling te oefenen. Tafels binnenste rij naar achteren waardoor er een ruimte voor in het lokaal ontstaat. Dit is ook meteen een ritueel, een code: we gaan theater maken.

Een duidelijk moment van begin en einde aangeven

Dat kan door middel van muziek, dat begin en eind markeert. Maar ook door een klap, het woord actie, een geluid op een muziekinstrument. In ieder geval kan je zo bepalen dat er aandacht is van het publiek voor datgene wat gepresenteerd wordt.

Wij hebben genoten.

Dorien, Guido, Dymphina, Chyramain en Sara.

Fotografie: Guido Bosua

Tags: ,


Over deze Cultuurheld

Dorien Folkers is hoofd educatie van Maas Theater en Dans uit Rotterdam, een gezelschap dat theater en dans maakt voor kinderen en jongeren. Zij studeerde pedagogiek, ging naar de Theaterschool in Arnhem, en daarna naar de mime opleiding in Amsterdam. Voorafgaand aan Maas was zij betrokken bij theatergroep Max in Delft en Rotterdam, en werkte mee aan verschillende Nederlandse jeugdfilms (waaronder Lang leve de Koningin). Naast haar werk op de educatieafdeling is Dorien ook onderdeel van het artistiek team van Maas en geeft zij les op de theaterschool in Amsterdam.



Reacties niet toegestaan

Naar boven ↑
  • Over Cultuurhelden

    Cultuurhelden zijn de creatieve vormgevers van Cultuureducatie met Kwaliteit in Delft.

    Weten hoe dat in de praktijk werkt? Neem contact op met Janneke Baken door te mailen naar j.baken@dok.info of bel  015 – 212 34 50.

  • Nieuwsbrief

    * Verplicht veld
  • De Cultuurhelden nieuwsbrief ontvang je 4 x per jaar. We delen je gegevens nooit met anderen en afmelden is altijd mogelijk.

  • Volg ons

  • Cultuurpartners

    Cultuurhelden wordt gefinancierd door het Fonds Cultuurparticipatie en de Gemeente Delft en uitgevoerd door DOK.