Impressie

Gepubliceerd op 24 maart 2016 | door Ann Meijer

0

Met mijn neus in de boter! Leerkrachten in actie op de Gabrielschool!

Vijf minuten na binnenkomst werd ik getrakteerd op drie ontzettend leuke acts. Het waren drie ‘entrees”; startactiviteiten. Ze waren net daarvoor door de leerkrachten bedacht en werden ter plekke door hen uitgevoerd; met de rest van het team in de rol van leerling. Ik liet ze met plezier en gewillig over mij heen komen.

De entrees zijn bedoeld om het onderwerp van een nieuw project in de klas te introduceren, zodanig dat de groep verrast en nieuwsgierig wordt. Het moet vragen oproepen bij de groep, waardoor leerlingen gemotiveerd raken om over het onderwerp te leren. Met de vragen die de entree oproept gaat de groep vervolgens aan de slag. Als leerkracht kies je de entree daarom zorgvuldig.

Entree 1: gezamenlijk opbouwen van een tijdlijn 

Onderwerp: veranderende communicatie middelen, bestemd voor de bovenbouw

De leerkracht rolde een 5 meter lang lint uit en legde het in het midden op de vloer. We kregen ieder een stapel velletjes papier en een pen. We kregen de opdracht om op elk velletje een communicatie middel op te schrijven. Daarna moeste we ze op volgorde; van vroeger naar nu langs het lint leggen. Vervolgens kon je er naar kijken, en als je vragen had, schreef je ze op, en legde je ze ernaast neer.
En nu kwam het meest verrassende; de leerkracht legde een nieuw stuk tijdlijn neer; de toekomst. De vervolgopdracht was om een communicatiemiddel van de toekomst te bedenken, te ontwerpen, te bouwen.

Entree 2: luisteren naar muziek en de opgeroepen gevoelens tekenen in blanco gezichtjes.

Onderwerp: verandering in gevoelens en emoties, bestemd voor de middenbouw

We kregen allemaal wat stiften en een A4tje met acht lege rondjes erop getekend. Vervolgens luisterden we naar verschillende soorten muziek. Bij elke muziek tekende we een leeg rondje welk gevoel erbij hoorde. Daarna vergeleken we de uitkomsten met elkaar. De leerkracht vroeg vervolgens welke vragen we hadden, en verzamelde deze. Vragen waren bijv. hoe komt het dat ik een blij gevoel krijgt van een muziekje en de ander een verdrietig? Hoe komt het dat muziek gevoel oproept? Waar denk ik aan als ik muziek hoor?

Entree 3: een kruiwagen aarde in de klas

Onderwerp: verandering in de natuur, bestemd voor de onderbouw

De leerkracht kwam binnenrijden met een kruiwagen, waarvan de bak ingepakt was als cadeautje met een strik erop. De strik ging eraf, de kruiwagen werd omgekieperd. In het midden lag een grote berg aarde.
Welke vragen zou dit oproepen bij de kleuters vroegen we ons af? Waar komt het vandaan? Van wie is het? Mag dat wel? Zitten er beestjes in? Hoe komt het dat er nog bladeren bijzitten? Etc. Dit zij vragen waar je vervolgens met de kinderen antwoord op gaat zoeken. Alleen, bij het creatieve proces hoort dat je geen antwoord geeft, maar dat ze de vragen zelf laat onderzoeken.

Alleen hoe doe je dat?

Daar ging de rest van de middag over. Welke technieken kan je gebruiken om de leerlingen hun eigen onderzoek te laten doen?

Voor de gelegenheid had Pieter in de school een onderzoekslaboratorium ingericht, met vijf onderzoeksstations, zoals je dat in de klas ook zou kunnen doen. In korte workshops werden daarin vijf verschillende onderzoekstechnieken uitgelegd. Technieken zoals ook wetenschappers en kunstenaars die hanteren. Ze vormen het gereedschap voor het onderzoek, dat aan elk creatief proces vooraf gaat. Het doel van de workshops was om de leerkrachten op ideeën te brengen om de leerlingen met hun eigen vragen aan de slag te laten gaan.

Viel ik eerder met mijn neus in de boter, nu mocht ik in mee kijken in de keuken van het creatieve proces. Of , zoals deze keuken genoemd werd, het onderzoekslaboratorium. Hieronder een verslag van de verschillende technieken.

Onderzoek naar analogie

Hierin zoeken de kinderen vergelijkingen. De vergelijkingen noteren ze. Bijvoorbeeld een boom! Wat is een boom, hoe ziet hij eruit, hoe groeit hij, wat heeft hij nodig om te groeien? Welke andere vormen lijken op een boom, welke andere dingen hebben dezelfde kleuren, groeien hetzelfde, hebben een wortelstelsel, en zuurstof en water nodig om te groeien? Onderzoek naar analogie kunnen kunstenaars en wetenschappers veel nieuwe ideeën op leveren. Kinderen leren op deze manier verbanden zien, ze ontdekken parallellen en verschillen.

Onderzoek door associëren/divergeren

Hierbij zeg, roep of schrijf je zonder na denken alles op wat het woord “boom” in je oproept. Vervolgens denk je verder door op de associaties. De meeste kinderen zijn al vertrouwd met het maken van een woordweb. Maar er zijn ook andere vormen van associëren die je aan kan wenden. In deze workshop werden de associaties gekoppeld aan beweging, waardoor het begrip van de eigenschappen van het onderwerp fysiek gemaakt en daardoor verdiept wordt. Als je met theater wilt werken, levert deze manier van associëren beweging en beeld op, waar je vervolgens weer iets mee kan doen. (bijv. in een presentatie)

Kennis van zaken

Hierin onderzoeken de leerlingen feitelijke kennis. Ze breiden hun exacte kennis over het onderwerp uit. Hun gereedschap is internet, boeken, tijdschriften. Ze kunnen bladeren, websites zoeken, plaatjes verzamelen. Ze onderzoeken het wat, wie, waar, waarom, wanneer. Ze maken notities en een werkverslag.

Ja/nee route

De ja/nee route is empirisch (zelf) onderzoek. Wat weet ik er al van? Hoe denk ik er over? Wat betekend het voor mij?

Op elke vraag worden twee mogelijke antwoorden gegeven. Bij elke antwoord worden weer een nieuwe vraag gesteld met twee mogelijke antwoorden.

Na het maken van de route wordt de route afgelegd. De leerling kiest een antwoord. Na het antwoord volgt de volgende vraag. Enz.

De route kan fysiek gemaakt worden in de gymzaal, door een parcours uit te zetten met banken, hoepels en matten. Maar het kan ook in het klein worden gedaan; bijv. met vingers opsteken.

In de workshop hadden we als onderwerp veranderingen in de pubertijd. De route die we maakten was: Vraag 1. In de pubertijd verander je van….a) van binnen. b) van buiten. Kies je voor antwoord a (van binnen) dan wordt de volgende vraag. In de pubertijd wordt ik…a)verliefd b)zelfstandiger. Koos je voor antwoord b (van buiten) dan werd de volgende vraag: Ik krijg …a) haar onder mijn oksels b) een eigen smaak.

Wie maakt de route? In dit geval maakte de leerkracht de route van te voren. Omdat zij het met d e hele klas wilde doen. Maar de leerlingen kunnen ook zelf een route maken, over het onderwerp waar ze mee bezig zijn.

Vormgevingsprincipes

Hier wordt het onderwerp uitgediept door er vormgevingsprincipes op los te laten. Hoe ziet het eruit als het tien keer zo groot is. Hoe als ik het gespiegeld bekijk, als ik het laat krimpen, als ik het opblaas, omkeer, binnenstebuiten keer, uit elkaar haal. Door het onderwerp op deze manier te benaderen leer je veel over de eigenschappen en de details van het onderwerp.

Al deze manieren van onderzoek leiden tot een bredere kijk op de vraag die je hebt gesteld. Door de kinderen hun eigen vragen te laten onderzoeken beklijft de kennis die zij opdoen, leren ze verbanden en samenhang.

Reflectie op het onderzoekslaboratorium

In het nagesprek kwam de vraag naar voren hoe je dit doet met een klas van 25 tot 30 kinderen. De kinderen moeten de technieken leren kennen en zich de basisvaardigheden eigen maken. Maar hoe meer ze er aan wennen hoe makkelijker het zal gaan. Belangrijk is dat het niet allemaal tegelijk hoeft. Je kan het stap voor stap opbouwen. Je geeft vrijheid binnen kaders. De kaders geef jij aan, en dat kan voor de ene groep anders zijn dan voor de nadere.

Je kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om een techniek eerst klassikaal te doen. Of met slechts twee verschillende technieken te werken. Al doende raak je er zelf vertrouwd mee en de leerlingen ook.

Een andere vraag was “hoe richt je de ruimte in?

Ook dit is een proces. Gaandeweg zal blijken wat het beste werkt. Misschien is het handig om bijv. een kennis van zaken hoek in te richten, met een computer, tijdschriften en een boekenverzameling. Een hoek voor onderzoek naar analogie bij het raam, voor een vergelijkende blik naar buiten. met een computer en plaatjesboeken. Een associatiehoek voor woordwebben (fysiek of opgeschreven) met papier en stiften en een beetje bewegingsruimte, een ja of nee hoek op de vloer met papier en stiften en vormgevingsprincipes (hoe ziet er uit als)…bij een grote tafel met (vormgevings)opdrachten, tijdschriften, papier, viltstiften, scharen, lijm en pen.

Geef jezelf en de leerlingen de tijd om er aan te wennen, raadde Pieter aan, en al doende zal blijken wat het beste werkt.

Tenslotte kwam er nog een laatste vraag; wat moeten we nog doen, hoe gaat dit beklijven?

Het antwoord hierop: Pieter zet actielijnen uit voor de laatste stappen die nodig zijn om het creatieve proces helemaal te laten landen in de klas. De uitkomst wordt meegenomen in een volgende en laatste studiedag. Afgaand op de ervaring van deze dag, denk ik bij mezelf: dat wordt vast en zeker de kers op de taart.

Succes leerkrachten van de Gabriel school! Jullie zijn hartstikke goed bezig.

Tags: , ,


Over deze Cultuurheld

Ann is sr. adviseur voor Cultuureducatie met Kwaliteit. Ze werkte jarenlang als theaterdocent, ontwikkelde en begeleidde kunsteducatieve onderwijsprojecten in binnen-en buitenland. Ann maakte studie van meervoudige intelligentie en creativiteitsontwikkeling. Ze maakt vertalingen naar de praktijk; verbindend, verbredend, verdiepend. Daarnaast heeft ze een theateropleiding en een Master Interdisciplinaire Kunsteducatie afgerond. Ze is bevlogen, enthousiast en ervaren.



Reacties niet toegestaan

Naar boven ↑
  • Over Cultuurhelden

    Cultuurhelden zijn de creatieve vormgevers van Cultuureducatie met Kwaliteit in Delft.

    Weten hoe dat in de praktijk werkt? Bekijk de video-impressie of bel 0642653112.

  • Nieuwsbrief

    * Verplicht veld
  • De Cultuurhelden nieuwsbrief ontvang je 4 x per jaar. We delen je gegevens nooit met anderen en afmelden is altijd mogelijk.

  • Volg ons

  • Cultuurpartners

    Cultuurhelden wordt gefinancierd door het Fonds Cultuurparticipatie en de Gemeente Delft en uitgevoerd door DOK.